In Oost-Azië werd de karmozijnbes traditioneel gebruikt in de kruidengeneeskunde en om textiel rood tot roze te kleuren. De kleur, vergelijkbaar met die van rode biet, is intens maar vervaagt snel. De bessen dienden soms ook als rode inkt; in Noord-Amerika maakten kolonisten er roodpaarse inkt van — volgens sommige verhalen zelfs voor brieven van George Washington. Uit bladeren en stengels werd een zachte gele kleurstof gewonnen.